Je kan veel zeggen van mijn analytische geest en mijn bij momenten irritatieopwekkende vooringenomenheid, toch had ik bijna over de hele lijn gelijk wat we konden verwachten van onze reis naar Zinal, Zwitserland, onze langste trip met het gezin tot nog toe. Slechts twee zaken kon ik onmogelijk voorspellen: het feit dat ik als stadsmens graag terug wil keren naar de bergen maar vooral de ballon die veelvuldig doorprikt is wat betreft Duitse stiptheid, het onderwerp van deze tekst.
De heenreis verliep misschien hier en daar wat vermoeiend, maar met uitzondering van de zeventig minuten vertraging vrijwel vlekkeloos. We wisten al dat de terugrit anders zou verlopen, gezien er een mensenmassa gebruik maakt van de 9-eurodeals bij de Duitse spoorlijnen (het lijkt wel Black Friday) én het wegvallen van de trein van en naar Interlaken. Maar dat onze terugrit zo problematisch zou uitdraaien, had niemand voorzien, zelfs niet Patrick, onze reisbegeleider.
Terwijl we in Freiburg staan te wachten tot alle passagiers die niet hebben gereserveerd de trein vloekend hebben verlaten, schrijf ik deze woorden. Duitse stiptheid? Was bedeutet dass? Misschien Duitse volharding, daar kan ik me nog achter scharen. De treinbestuurder houdt namelijk voet bij stuk: hij weigert te vertrekken omdat de trein te vol zit. Zoiets kan natuurlijk gebeuren, dat maken we in Leuven of Gent ook wel eens mee. Maar wat doe je wanneer die hardhorige mensen niet willen uitstappen?
Van Duitse conducteurs zou ik verwachten dat ze die professioneel, snel en desnoods weinig tactvol op het perron zetten. Maar dat gebeurt niet. Ik zie één conductrice die met elke passagier kalmpjes gaat praten of hij of zij misschien alstublieft wil afstappen als het mogelijk is. Gevolg: ze blijven zitten en wij missen ondertussen onze volgende aansluiting, waardoor het hele schema van Intersoc in de prullenbak kan.
Wat mij mateloos ergert is hoe laconiek het personeel zich gedraagt tijdens dit on-voorbeeld van een aangename treinreis. Bij elke halte schalt het ‘wir wünschen Ihnen eine angenehme Fahrt’ door de luidsprekers. Het dreigt lachwekkend te worden, ofschoon niemand lacht. De bestuurder blijft koppig als een kind zeggen dat hij niet doorrijdt als de mensen niet uitstappen. Vervolgens rijdt hij naar het volgende station, stappen er ‘viele Leute’ op en kruist hij opnieuw de armen: ‘Ik rijd niet door!’ Er schort iets aan dit systeem. Alsof dat nog niet genoeg is, houdt de trein op een willekeurige plaats tussen twee stations halt wegens ‘eine technische Störung’.
Naast mij zit een gezin aan wie ik telkens de Duitse omroep vertaal. Het zijn Noorderburen die in Griekenland waren en nu op weg zijn naar Alkmaar. De vrouw eet een slaatje met een zuur ruikende dressing en ik ben nu eens dankbaar dat mondmaskers nog steeds verplicht zijn in Duitse treinen. Mijn dochter is gelukkig in slaap gevallen en mijn zoon luistert op zijn ouderwetse ipod naar de afleveringen van Winteruur, een poëzieprogramma met Wim Helsen, die ik per ongeluk mee heb gekopieerd met Samson en Gert en Jip & Janneke.
Eindelijk, we vertrekken weer. Baby’s zetten hun keeltjes open en ik kan alleen maar blij zijn dat ik geen baby meer heb. Daar komen vier in kobaltblauw en fluweelrood geklede treinambtenaars met een doos verontschuldigingen. De Nederlander uit Alkmaar houdt zijn vergoeding tegen het licht en vraagt hoe dat dan werkt met een Interrailpas. ‘It works the same’, verzekert de dame van Deutsche Bahn.
Wat zou ik aanschaffen met het compensatiegeld? Misschien een speelgoedtreintje voor zoon en dochter, zodat ze die kunnen laten stilstaan wegens een technische storing. Herinneringen hoeven niet altijd zoet te zijn, toch?

©Lennart Vanstaen.
Ontdek meer van Lennart Vanstaen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.