Het was nog maar mijn tweede keer in de befaamde Dinsdagclub en ik stond al op het podium. Dat had ik natuurlijk voor een groot deel aan mezelf te danken, omdat ik Vitalski een mail had gestuurd. Ik had twee weken voordien enkele regels protestproza geschreven, ter ere van Roald Dahl. Omdat ik zelf verhinderd was om me te mengen met de heerlijke Dinsdagdreuzels, vroeg ik Vitalski of iemand anders eventueel mijn tekstje kon lezen, iets met ijzer smeden wanneer het dinsdag is. Zijn antwoord was: breng het toch zelf, een week later. Geen zorgen, het zal nog steeds relevant zijn en brandend actueel. Ja, lap. Niemand minder dan de koningin van Engeland bood die week weerwerk en de woke aanpassingen werden teruggefloten. Waarschijnlijk mede omwille van mijn tekstje op facebook.

Spreekwoordelijk had ik Vitalski om dertig seconden gevraagd, maar het was een illusie om te denken dat ik met die tijd zou toekomen. Tot die vaststelling kwam ik nadat ik het eens opzegde: anderhalve minuut zonder aankondiging of tralala. Nochtans had de Dinsdagdecaan gepredikt dat ik me aan die dertig seconden diende te houden. Geen veertig, maar dertig. Maar ik dacht: gewoon doen, het is toch een zotte bende zeker!

Ik stond helaas geprogrammeerd in het laatste kwartier en rond half negen stond Vitalski nogal opvallend vaak te verkondigen dat ‘we goed bezig zijn!’ terwijl ik dacht: wat sfeer betreft, jazeker, maar qua time-management… Ik begon me toen al zorgen te maken of ik wel überhaupt aan bod zou komen en geen pak rammel zou krijgen van Vitalski voor mijn schaamteloze anderhalve minuut (!) aan enormdoenerij. Ook Romeo Spinelli keek op zijn klok. Van tijdsdruk leek bij Vitalski toen nog geen sprake. Al kan het ook zijn dat hij deze mantra bleef herhalen om de perfectionist in zichzelf het zwijgen op te leggen. Hij moet ook hebben beseft dat het serieus zou uitlopen.

‘Waar komt die pelikaan vandaan?’ vroeg Marcel Van Thilt zich luidkeels af, waarbij zijn lichaam steeds meer spastische neigingen kreeg die aanstekelijk werkten. Pas twee of drie minuten later begon het me te dagen dat deze filosofisch-biologische vraag, die niet meteen op ieders lippen brandt, tenzij op die van een medewerker van de zoo wiens verantwoordelijkheids-gevoel een deuk heeft gekregen doordat hij een troep ontsnapte pelikanen aantreft nabij de cafetaria, geen antwoord zou krijgen in de vorm van een wetenschappelijke uiteenzetting. Maar ik was mee. Ik had het door. De vraag is tevens het antwoord. Er werd zoals steeds vakkundig gedanst (zelfs een beetje door mezelf) en ik was getuige hoe Marcel, die vier minuten kreeg in het strakke schema, een volle drie minuten over zijn tijd walste, al betrof het een dik – pardon – enorm feestje én Marcel Van Thilt.

Deze avond waren er ook veel burlesque danseressen, tot ieders vertier. Zo was er naast Sarah Chebaro, Parlé Texas en anderen het gesmaakte debuut van Loulou La Belle, een klinkende naam die Vitalski zeker nog zal ‘belle’. Ook genoot ik van de smakelijke, gedurfde tekst over het verband tussen vegetarisme en huiselijk geweld van Sammy Deburggraeve, gelezen met de juiste jaren 50-stem. En men kon een speld horen vallen – het was in feite een wijnglas – toen Diane Broeckhoven een al even breekbaar fragment las over een ontmoeting tussen vader, dochter en moeder op een marktplein. Maar mijn moment moest nog komen.

Toen ik uiteindelijk mijn kleine aangepaste ode aan Dahl bracht, excuseerde Vitalski zich dat hij zo streng was geweest over die dertig seconden en hebben we even geknuffeld. Een mooi moment. En het is je vergeven, Vitalski! Bovendien mag ik terugkomen, dat viel mee. Even later sloot een zoveelste debutant af met een hiphoplied, een zekere Tom Hugo die zichzelf in weerwil van de woorden ‘de rocker’ noemt en die tijdens zijn debuut met een innige verstrengeling tussen Vitalski en zijn eigen benen moest afrekenen. En dan volgde het moment surpème: de grote finale. Alle artiesten werden op het podium geroepen en op de zwoele tonen van Ernst Löw en zijn Deborah Ostrega wiegden we onszelf op deze zoete zwanenzang, waarbij ik met niemand minder dan Diane Broeckhoven de schouders mocht delen.

Links naast mij: mijn collega Geert De Belder. Rechts Diane Broeckhoven.


Ontdek meer van Lennart Vanstaen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 Comments

Laat een reactie achter bij LennartReactie annuleren

  • Een prachtige en kwetsbare tekst, Lennaert. En zo zindert de dinsdagclub nog na met mooie woorden tot de volgende alweer aanbreekt

    1. Dank je, Diane. Het zal niet gemakkelijk worden er niet elke keer over te schrijven 😉 Ondertussen werk ik ook aan een eerste roman en probeer ik ook eens iets anders te schrijven…