Wie nog niet gehoord heeft van Vitalski’s Legendarische Dinsdagclub, heeft onder een steen geleefd. Ik wilde al lang eens om de oren worden geslagen met de superlatieven die menig intrigerende figuur veil heeft voor wat zich daar afspeelt. Toen ik vernam dat niet één maar twee collega’s het podium zouden bestijgen op de valentijnseditie, vond ik dat een uitermate geschikte kans om mijn zinnen, poriën en wie weet andere zaken te openen. Om een voorbarige conclusie te trekken voor de luie lezer: een avond in de Dinsdagclub is wat je nodig hebt, geloof me. Het wordt tijd dat ze stilaan een standbeeld oprichten voor Don Vitalski.
Er werd vakkundig een sierlijke hoofdletter D op mijn pols gestempeld, en ik voelde me op dat eigenste moment reeds ingewijd, ook al had ik nog niets beleefd. Hoewel ik er redelijk stipt was (een paar minuten na zeven), zat de zaal al stampvol. Er waren enkel nog wat stoelen vrij achteraan. Als een vuurtoren tuurde ik rond en kon alleen concluderen dat dit de weinige pulp is die overblijft uit het sap van de agglomeratie. De mensen hier waren goed gezind en open van geest. Of zouden ze zo zijn geworden wanneer ze hier binnentraden, dat kan ook natuurlijk. Ik werd zelf ook een sensatie gewaar. Dat zou van deze plek een magisch oord maken, een soort poort naar ongebreideld vertier en lieflijke levenslust.
Mijn collega Geert (die zowel op de affiche als “Gert” stond aangeduid als live zo door Vitalski driemaal werd aangesproken) bracht een eigenzinnig lied te berde, waarna mijn andere collega Tamara onder begeleiding van mondharmonica een Spaanse dans tekende op de netvliezen van de talloze dankbare toeschouwers. Voordat er pornopoëzie werd gelezen, stak Vitalski, die ab-so-luut niet wilde dat er ook maar één seconde geen zotte toeren werden uitgehaald op zijn verhoog, zijn a-gedicht af, wat volgens mij misschien wel hét hoogtepunt was van de avond. Hij citeert een – naar mijn vermoeden – eigen gedicht dat alleen uit woorden met a-klanken bestaat. Wonderbaarlijk was dat. Ware taaltovenarij.
Dat het er allemaal wat slordig en losjes aan toeging, is enerzijds een verdienste, anderzijds ook niet geheel waar. Vitalski mag er dan bijlopen als een uit een Lynchfilm ontsnapte akelige smurfclown die bij elke act zwoele, stuntelige dan wel statische danspassen bovenhaalt, hij treedt ook op als strenge monitor die zowel de tijd als de kwaliteit bewaakt met zijn leven. Het is door hem georkestreerde chaos. Normaliter zou men het ergste moeten vrezen wanneer een gek de touwtjes in handen heeft, maar niet hier. Het publiek bleef verorberen wat hij opdiende.
Af en toe was er een sereen moment. Zo kwam er een jonge dame een breekbaar lied zingen – lichtjes in het thema van 14 februari. Het publiek was toen nog stil – het was nog vroeg op de avond, maar wanneer er middenin haar breekbare serenade een oorverdovend gerinkel klonk vanachter de bar, bedacht ik dat de organisatie toch eens moest nadenken over een andere manier om de reeds ontvangen jetons – in de vorm van metalen centen – over te kappen in een glazen bokaal.
Dan was het de beurt aan ene Johan De Kort, een singer-songwriter uit Mechelen als ik me niet vergis. Vitalski was vergeten hem op de gastenlijst te zetten, dus hij moest betalen om binnen te mogen en nu moest hij spelen om zijn geld terug te verdienen. Een mooie filosofie, vond Vitalski.
Jan De Smet was daar al opnieuw, deze keer met de fel begeerde Nele Paelinck, die ik nog ken van School is Cool. Ze brachten een mooi lied met trekzak en viool en Vitalski moest maar de woorden ‘acht dansers gezocht’ uitspreken of er stond al een bont allegaartje het podium op te klauteren.
Tegen negen uur had de chaos een andere gedaante aangenomen. Terwijl Geert Beullens ‘Nondeju’ door de zaal liet schallen, de protestsong van zijn alter ego BDW, ontstond er een bescheiden polonaise onder het publiek, die al gauw ontspoorde in een heuse trein met her en der losse wagons die hun weg naar het podium vonden. Ondertussen smeet men gretig met teddyberen heen en weer, waarbij me vooral opviel hoe slecht het gesteld is met de teddybeerworp van de gemiddelde Vlaming. Iemand gooide letterlijk zijn eigen glas omver en iemand anders kreeg een beer keihard in het aangezicht van dichtbij. Waarschijnlijk was de drank al wat in de man.
Quizmaster van dienst was niet Herman Brusselmans (die zonet papa is geworden) maar – en dat heeft me helemaal overgehaald om hedenavond aanwezig te zijn – Jean-Paul Van Bendegem. Het betrof uiteraard een quiz in ijltempo gezien het keurslijf waarin deze avond was gestoken, maar dat was buiten Jean-Paul gerekend. Hilarisch was het hoe hij oeverloos palaverde over de vragen die hij moest stellen aan een handvol kandidaten die eruit zagen alsof ze niet wisten hoe en waarom ze in een quiz terechtgekomen waren, terwijl Vitalksi half in zijn rol als olijke bijeenprater doch zichtbaar zenuwachtig en lichtelijk geïrriteerd voortdurend ‘u hebt nog 25 seconden’ stond te schreeuwen. Toen bleek dat zijn trein naar Gent in het gedrang kwam, rezen de vingers van het publiek de lucht in op de vraag van Vitalski wie er eventueel een zetel voor Jean-Paul had om in te slapen.
Voorts was er nog een striptease act, een man die naar mijn gevoel een penis op zijn hoofd had gebonden maar zei dat hij een eenhoorn was, een tweede lied van Jan De Smet over de nieuwe Miss België (het bewijs dat het hier geen bijeenkomst is van louter high culture bloemenjurkbakfietsmensen), een man die een geslaagde poging deed Duitse poëzie in een chanson van Brel te haken, twee goochelaars die hun truc totaal verloren zagen gaan voor iedereen die niet op de eerste rij zat omdat Vitalski hen constant in al zijn enthousiasme onderbrak, en nog een act met tribaal slagwerk waarop Vitalski me met zijn konijnenoren deed denken aan het konijn in Donnie Darko.
Wat men zegt over deze Dinsdagclub klopt: je hebt het idee dat je een hele nacht hebt gefeest maar je bent om half elf buiten. De perfecte manier om een kater te krijgen zonder een druppel alcohol aan te raken. Hoewel ik altijd voor de traagheid op de barricaden ga staan en mezelf als introvert tot nu toe heb gespaard van zulke geile gekheid die de Dinsdagclub reeds befaamd heeft gemaakt in Antwerpen, heb ik er geen spijt van gezwicht te zijn voor deze onderdompeling. Ik veronderstel dat ik zeker terugkeer, meer nog, ik overweeg zelf op het podium te gaan staan. Met muziek of tekst, daar moet ik nog eens over nadenken.
Vitalski’s Dinsdagclub voelt als een organisch gegroeid collectief van levensvierders. Het is anti-corona, anti-stress en anti-kopzorgen. Dat de club zo populair is, vind ik maar normaal gezien de tijd waarin we leven. Als de vraag of dit spek naar jouw bek is toch nog op je lippen rust, dan kan ik daar tweeërlei op antwoorden: als je een levenslustige extraverte gek bent die niet vies is van een streepje (of streep) bloot, veel dansen en wat gewaagde poëzie: volmondig ja. Als je zoals ik ietwat gereserveerder bent en al een schrik kan pakken van een duif die plots wat dichterbij fladdert, raad ik de Dinsdagclub alsnog aan. Het is het geneesmiddel voor de door corona ontstane trauma’s zoals huidhonger en knaldrang. En als je dat wenst, kan je die introversie eens lekker van je afschudden zonder dat het wordt verwacht van je medemens. Afschudden die handel! Knallen die drang!

Ontdek meer van Lennart Vanstaen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Helemaal gelijk heb je!
Ik ben blij dat je akkoord bent, Lies!
Het is een feelgood therapie! Opgelet werkt verslavend! 😜
Ik was toch niet helemaal overtuigd gisteren 🙂 Maar wel een belevenis. Caroline en ik hebben gedanst op het podium… 🙂
Het zal misschien niet altijd even spectaculair zijn. Wat viel dan tegen? Sommige acts? Wel zalig dat jullie meteen het podium op zijn gesprongen!
Ben er net beland vanavond voor de eerste keer, er opgetreden en de anderen bewonderd. Leuk om jouw analyse vervolgens te lezen Lennart. Veel is herkenbaar 😉
Goed voor jou Wim! Leuk dat het (nog steeds) herkenbaar is 😉