Vrijdag was vroeger al mijn favoriete dag van de week, omdat die weliswaar het weekend inluidde en de deur opende voor ongebreideld spelplezier in mijn ouderlijk huis te Antwerpen Zuid. Die status is Vrijdag nog niet verloren. Op deze dag anno 2022 zijn mijn vrouw en ik samen thuis en sinds een onbepaalde tijd voltrekt er zich een ritueel. Vrijdag is namelijk wandel-, broodjes- en we-gaan-werken-maar-eerst-nog-even-een-diep-gesprekdag. Deze week was het echter eveneens de dag waarop zij even langs de apotheek moest, alwaar zich een mooi nummertje sociolinguïstiek afspeelde.
De wandeling die we maken is steeds dezelfde en telt ongeveer 7000 stappen. Zij neemt een aanvang in de vlakke Bremweide, waar men, naargelang het tijdstip, konijnen dan wel Antwerpsupporters of Indiase cricketspelers aantreft. Daarna doorkruisen we het prachtige Ertbrugge, een stukje bos dat erg geliefd is bij de inwoners van Deurne en Wijnegem. Vervolgens halen we ons smoske op – iets waar we als Belg toch trots op mogen zijn. Ik kan broodjeszaak Bakerville’s alleen maar aanraden en ik heb al menig NT-2-er laten kennisnemen met onze smoskescultuur. Volgens Average Rob is een martino, volledig terecht als je het mij vraagt, cultureel erfgoed. No one cares about stupid waffles inderdaad.
Na de nog elke dag met liefde en huis-gemaakte cappuccino moet mijn vrouw nog een kleine boodschap doen bij de apotheek aan het eind van de straat. De eigenaar is een enthousiaste, energieke en eerlijke jonge dertiger. Hij is zo oprecht begaan en soms op invasieve wijze geïnteresseerd in iemands kwalen dat hij zijn overijverige reputatie al snel eer heeft aangedaan. Zijn welwillendheid kan je lezen achter een ffp2-mondmasker. Met minder dan een halfuurtje kan je beter elders je pilletjes kopen.
De eigenaar doet goede zaken, zo goed dat hij blijkbaar een stagiair heeft aangenomen, een verrassend oude man. Voor ons wachtte een dame van rond de zestig schat ik. Ze sprak de naam ‘Van Dyck’ uit met een stevig Antwerps accent: ‘Van Daaik’. Behalve de schrijfwijze had de man achter de balie de grootste moeite met het computersysteem. Bovendien was het gehoor van de vrouw ook niet optimaal. Tot driemaal toe herhaalde de vrouw de naam, steeds met die platte Antwerpse klanken. Haar toevoeging ‘met een aai’ zette helaas geen zoden aan de dijk.
‘En hoe is de voornaam?’ vroeg de man dan maar. Want er zijn wel meerdere Van Dycken, zelfs met een ‘aai’. ‘Frederik’, antwoordde zij. Even leek de man het noorden kwijt te zijn, tot het besef bij hem (en ook bij mij) neerdaalde dat er ook een Franse variant op -que bestaat. Toch had ik in de mot dat er iets niet helemaal juist zat, gezien zijn klinische getokkel op het klavier geen verhoopte antwoorden opleverde.
De eigenaar had het eveneens in de gaten en zei vanachter een tweede kassa, waar hij net een pommade onder de scanner hield, dat Frederik Van Dyck de naam van de behandelende arts betrof en niet van mevrouw. Hij overhandigde de pommade aan een jongeheer naast mij. De duidelijke smeerinstructie die hij gaf verried dat aambeien ook hem al eens parten hadden gespeeld. Hij begaf zich vervolgens naar de tweede kassa om zijn arme compagnon bij te staan.
Het is opmerkelijk hoe de vrouw plots, zodra de eigenaar zich mengde in het gesprek, een elocutie bovenhaalde waarop Mia Doornaert haast jaloers zou zijn. ‘Mijn naam is Rosa Van Claeren’. De eigenaar lachte vriendelijk en gebaarde dat zijn onervaren collega de situatie nu wel verder kon afhandelen. Maar niets was minder waar. ‘Aan elkaar?’ vroeg de oude man. ‘Nee, Van Claeren!’ riposteerde de vrouw licht geïrriteerd. De man liet zich niet doen en vroeg nogmaals: ‘Ja, maar is dat van elkaar of aan elkaar?’ En opnieuw kreeg hij ‘Rosa Van Claeren, met ae’ als antwoord.
De stagiair dacht aan zijn prille reputatie en besloot het over een andere boeg te gooien. Hij verhief zijn stem en deed de andere klanten schrikken: IS DAT VAN ELKAAR OF AF ELKAAR?’ Nu leek de vrouw het noorden kwijt te zijn.
Hoe het is afgelopen weet ik niet, maar we hebben gezellig thuis ons broodje opgegeten, genoten van onze cappuccino en van elkaar. En niet zoveel gewerkt.

Ontdek meer van Lennart Vanstaen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.