‘Ja, dat ziet er al goed uit, maar daar moet nog een plank!’ wijst mijn 7-jarige naar een stuk muur dat nog niet achter een OSB-plaat verstopt is. Mijn vriend en ik kijken elkaar in de ogen en ik lees in de zijne minstens zeventig procent meewarigheid. Waarschijnlijk omdat hij met dat stuk bezig was. Het is één ding om talloze vragen te beantwoorden van een kind: waarvoor dient dit, waarom is dat. Dat heet nieuwsgierigheid en wordt door de maatschappij nog omarmd, zelfs als het erg veel vragen zijn. Dat is gewoon een kind met een grote honger. Maar mijn zoon onderscheidt zich wel op bepaalde vlakken. En de pedante wijze waarop hij in zijn kin knijpt en met een keurende blik de werkruimte afspeurt, voelt voor mij bijna beschamend tegenover mijn kameraad.
Het idee ontstond vorige zomer om ons kot achteraan in de tuin te transformeren tot een schrijfkot, waar ik al de verhoopte romans en toneelstukken zou kunnen schrijven maar waar ook de kinderen later rustig kunnen blokken tijdens de examenperiode. Omdat ik zelf niet de meest handige harry ben, stelde mijn goede vriend Handige Harry destijds voor om het samen te doen. En het leuke is altijd: ik word zelf een stuk handiger in het bijzijn van iemand met wat knowhow. We begonnen er dus samen aan deze zomer. Omdat hij zijn eigen huis bijna helemaal is aan het afpellen, was het even stil in het kot, tot vorige week.
We leggen een vloer in OSB. We maken muren van OSB. En een OSB deurenkader of twee. Het idee is om een bureau te maken in, waarom ook niet: OSB. Ik vrees dat ik zelfs nog een wasrek, een tweede konijnenkot en een glijbaan voor de kinderen kan maken, mocht ik dat kunnen natuurlijk. Handige Harry heeft het aantal OSB-platen die nodig waren nogal gul ingeschat, maar zo ken ik hem. Hij heeft, net als ik, het goedemoedersyndroom: liever te veel dan niet genoeg. Meestal geldt dat voor een aardappelsalade, maar soms ook voor OSB-platen of geïmpregneerde houten palen.
De rest van de platen ligt mooi opeengestapeld in de garage. Toen een kraanwagen die paletten kwam afleveren om zes uur ’s morgens op een motregenachtige maandagochtend, moest ik even mijn ogen uitwrijven bij het zien van die stapel. Mijn vrouw en ik hebben die toen toch tegen een stevig tempo de garage in gekregen. De makelaar die twee huizen verder een potentiële koper stond op te wachten met een paraplu in de hand tegen die twee regendruppeltjes, trok grote ogen.
Het kot is nog niet af, maar er is vordering. Nadat ik twee martino’s ben gaan halen praten we even over zijn woning die nog steeds een halve bouwval is. De aannemer is niet bereikbaar, het materiaal laat op zich wachten zodat hij zelf ook niets kan doen en hij heeft zes maanden zonder warm water gezeten. Zijn eigen therapeut vraagt zich af hoe hij dit volhoudt. Hij vertelt me dat hij in Italië, terwijl hij kunst probeert bij te brengen aan een bende pubers, werd opgebeld door de politie. Het betrof een niet geautoriseerde container voor zijn deur. Die container staat er al sinds deze zomer, ik heb er zelf mee puin in gesmeten. Gelukkig waren de kosten uiteindelijk niet voor hem.
Wanneer ik hem bezig zie in mijn kot, ben ik niet alleen blij voor mijn schrijfkot in wording en het occasionele optreden van de oerman in mij. Het stemt mij ook tevreden dat hij zich nuttig kan maken en de ingehouden daadkracht van zijn eigen project op het mijne kan botvieren. Een beetje toch.

Ontdek meer van Lennart Vanstaen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.