Haar kleine lichaam hapert en rilt dromend tegen mijn zij In de donkere kamer weerklinkt haar gepiep Ze houdt mijn hart in een wurggreep Zweetdruppels in een regendouche mengen in de stoom Ik maak voor haar de kamer troebel Ik spoel mijn angst door het afvoerputje Roekelroos zoekt zich een weg in haar bleke wangen…
De tic van Nick
Nick was een knaap met een hippe sik maar ook een vervelende tic Een alleronhandigste tic had Nick, en hij zat ermee echt in een strik Hoorde Nick het getik van een klok, sprak hij na elke tik ‘tak’ Helaas was zijn vader fervent klokkenmaker, een echte krak in zijn vak.
Nergens tegelijk
Ik ben nergens tegelijk. Beter kan ik het niet zeggen.Ik ben nergens tegelijk, wanneer ik luister naar hoe zij gevallen is op haar knie zonder dat er bloed bij was en hoe hij veel huiswerk heeft vandaag. Ik ben nergens tegelijk, wanneer mijn handen de fiets in de garage remmen terwijl mijn hoofd wil begrijpen…
BOEM! Mediaexplosie!
Ter ere van 100 jaar Bezette Stad maakte ik een eigen versie van het beroemde klankgedicht van Paul Van Ostaijen.