Iemand stelde me de vraag waarom ik (en bij uitbreiding het gros van de artiesten) onbezoldigd optreed in de Legendarische Dinsdagclub van de nachtburgemeester van Antwerpen, zijnde Vitalksi. Hij en enkele enthousiaste lotgenoten zoals zijn aimabele broer Serge de tekenaar, de hondstrouwe Fred Ontsmet, de gitaargod Geert Vanbever, de enigmatische Goldface, artiestenmenner Electric Suzy, Dirk ‘kassaman’ Celis, de zwoele Hush Puppies, de charismatische Tuesday Twins e.a. En het is waar: met een paar uitzonderingen doet iedereen het gratis. Zelfs gevestigde namen of mensen die uit pakweg Deinze of een ander exotisch oord komen, geven meermaals onbetaald het beste van zichzelf. Ze doen dat voor het plezier, voor de sfeer, voor de connectie.
In een vorige blog heb ik mijn doop beschreven als bezoeker en artiest. Elke keer is het een feest. Elke keer laad ik helemaal op, ook wanneer ik eigenlijk misschien niet helemaal in de stemming ben, nét dan. Want ook al ben ik een introvert, die liefst gewoon thuis zit zijn neerslachtigheid weg te kijken, denken, eten, lezen of spelen, is het enige echte wondermiddel De Dinsdagclub. Door de alles-kan-alles-mag-mentaliteit, het je-m’en-foutisme, de laagdrempeligheid, het ongebreideld plezier, maar ook het latente talent en de trouwe gevestigde namen. Door mensen die elkaar met respect behandelen, dansen en zich laven aan alle mogelijke kunstvormen die de revue passeren. En soms in een opwellend kinderspasme een Duvelglas omgooien met een welgemikte pluche beer.
Die iemand begreep mijn argumenten, maar vroeg dan of we dat als artiest niet storend vinden, dat we niet betaald worden omdat er al zo weinig respect is voor de cultuursector. Hoewel ik de opmerking begreep, vond ik het frappant. Goed bedoeld, ongetwijfeld, maar frappant. Omdat ik de Dinsdagclub net beschouw als een ode aan cultuur in al zijn vormen en – en dat is het allerbelangrijkste, laat me dat genoeg onderstrepen – dat het de dikke muur tussen zogenaamde high culture en low culture met de sloophamer neerhaalt. En dat voelt bevrijdend. Ook het feit dat je als artiest naast gelijkgestemden kan staan – en niet alleen binnen je eigen vakgebied, wat het cultuurtranscendent maakt, én dat je af en toe naast grote namen mag staan, alsof het niets is, doet je gerespecteerd voelen.
De grote namen zijn ook mensen, met wie je zelfs een onderhoudend gesprek kan hebben of een grapje kan maken, stel je eens voor! Zo kwam ik twee maanden geleden Marcel Vanthilt tegen aan de bar en zei hem spontaan dat hij mijn leuze ‘Malaise in de Delhaize!’ in zijn nummer mocht gebruiken dat hij later die avond zou brengen, omdat het toch wel altijd hetzelfde is met die pelikaan. Uiteraard met een knipoog, want tot op vandaag ligt die vraag waar die pelikaan vandaan komt op ieders lippen. Wat ik vooral deed om iets te zeggen tegen Marcel Vanthilt dat enigszins overkomt alsof ik niet per se iets wilde zeggen tegen Marcel Vanthilt, resulteerde in iets erg moois. Wat gebeurde er? Rond half tien scandeerde Marcel mijn regel voor een volle zaal. De regel die ik twee uur daarvoor zelf in een stukje op het podium had gebracht. Heerlijk was dat. En zoiets kan nergens anders.
Na alle argumenten die ik heb aangehaald, ben ik het belangrijkste nog vergeten. Toen deze persoon de kwestie op tafel legde van het betalen van artiesten, door bijvoorbeeld de inkom van tien euro naar vijftig euro te verhogen, dacht ik: daar klopt ook iets niet aan. En toen besefte ik waarom. Er is geen verschil tussen artiest en niet-artiest. Iedereen doet mee. Het is een familie. Wellicht spreek ik opnieuw voor mezelf, maar ik zou geen vijftig euro inkom betalen. Dat zou betekenen dat ik maar sporadisch kan komen. Het moet toegankelijk blijven, democratisch, sociaal.
Sinds vorige maand ben ik naar podcasts aan het luisteren over de Franse Revolutie en Napoleon, vraag me niet waarom. Ik heb me in de Dinsdagclub al vaak een Georges Danton, Antoine Barnave of een Mirabeau gevoeld (ofschoon ik eerder een Camille Desmoulins zou zijn geweest), die samentroepte met andere droomdenkers in ondergrondse en minder ondergrondse cafés en etablissementen en de nieuwe wereld van onderuit vormgaven. Om van de wereld een mooiere plek te maken.
Geen haar op mijn hoofd heeft er ooit aan gedacht om daarvoor geld te vragen. Ik was zelfs een beetje beschaamd dat ik de laatste keer (27 juni) mijn inkom betaalde met de tien euro die ik de keer daarvoor had gewonnen door alle vragen van Vitalski’s quiz correct te beantwoorden. Zonder gokken. Ik ontving een ietwat verfomfaaid briefje van tien euro van Magic Mirthe na de schiftingsvraag (noem om ter snelst een woord met drie p’s) te hebben beantwoord met ‘poppenspeler’. Misschien een act die we nog kunnen programmeren.
Het beste en meest ontnuchterende argument kwam van Serge, Vitalski’s broer. Hij stelt dat wij allen acteurs zijn in Vitalski’s schouwspel. En hij heeft gelijk, want wat is een nachtburgemeester zonder sterren?
Ontdek meer van Lennart Vanstaen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.