Categorieën
onderwijs opinie

Een lange schooldag, een kortetermijnvisie

Vorige week moest ik even in mijn ogen wrijven, niet alleen om wakker te worden, maar ook omdat ik niet kon geloven wat ik las. “De Gentse schepen van Onderwijs Elke Decruynaere (Groen) stelt voor om de schooldag pas om 18 uur ‘s avonds te beëindigen.” Na het nieuws dat kinderen voortaan op vijf jaar al leerplichtig zijn, lijken degenen die de lakens uitdelen de smaak te pakken te hebben. We gaan er ineens met de mangel door. Even het momentum nemen, de korte pijn.

Nieuw is het voorstel zeker niet. Ik leer vandaag dat SP-A-boegbeeld Caroline Gennez al in 2014 pleitte voor een gelijkaardig voorstel. “Maak er één lange schooldag van”, kopte Het Nieuwsblad gevat. Beide vrouwen willen de schooldag inhoudelijk dan ook herdefiniëren. Hoewel ik op zich niet vies ben van de voorgestelde invulling van de vrijgekomen ruimte tijdens die schooldag 2.0 – men zou eindelijk eens aandacht schenken aan kunst, handarbeid, muziek, sport en spel – is dit idee toch niets meer of minder dan een neoliberale dwangbuisvisie die ervoor zorgt dat kinderen steeds vroeger worden geconfronteerd met prestatie- en groepsdruk, dat eenheidsworst nog meer de norm wordt en een gebrek aan vrije tijd of persoonlijkheidszin in de hand werkt. Het stelt me diep teleur dat zulke ideeën circuleren in vrouwelijke breinen van linkse partijen, de breinen die ik het meest vertrouw in deze nuffige masculiene wereld. 

Superlijm

Elke Decruynaere meent hiermee twee of meer vliegen in één klap te vangen: het opvangprobleem zou worden opgelost én overvolle trams en bussen zouden tot het verleden behoren. Het is een soort superlijm! Mijn hoofd knettert wanneer ik dit lees. De man in zijn maatpak wandelt met zijn aktetas de volle zee in, terwijl hij ontkent dat het water ons aan de lippen staat als het gaat over het milieu.

Nee, mevrouw Decruynaere, de oplossing voor het opvangprobleem en overvol openbaar vervoer mag u niet stiefmoederlijk behandelen. U moet het bij de wortel aanpakken. Koning auto mag aftreden. Er moet geïnvesteerd worden in een beter en flexibeler openbaar vervoersysteem. Er moet nagedacht worden over de werkweek. Over thuiswerk. Dát is progressief denken. Als we kijken naar de cijfers voor psychologisch welzijn in ons land, kunnen we alleen maar concluderen dat méér werken ons nog meer van die droevige records zullen opleveren. België heeft een betrekkelijk hoog aantal zelfdodingen (top vijf in de wereld), kampt met steeds meer burn-outgevallen en het welbevinden bij jongeren is alarmerend, waarbij respondenten vooral aangeven niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Logisch, lijkt me. 

Netflix & chill

Gennez ziet dan weer andere voordelen. Ze zegt – in mijn hoofd met veel panache – dat we huiswerk – dat anno 2020 nog steeds een erg pejoratieve bijklank heeft – vaarwel mogen zeggen. Ze hoopt ongetwijfeld op applaus onthaald te worden met deze boude stelling. Een ware revolutie! “Als de kinderen thuiskomen, hoeft er helemaal niet meer aan school gedacht te worden”. 

Beste mevrouw Gennez, blijf vooral met dit soort olijke oneliners op de proppen komen, want ik ben er zeker van dat de stand-upcomedians hier een vette kluif aan hebben. Er kán niet meer aan school gedacht worden, omdat ze verdomme alleen nog maar tijd hebben om te eten, kakken en slapen. Vooral de kleintjes, waar we onszelf nu al voor moeten haasten om ze op een respectabel uur in bed te krijgen. Ach ja, wij volwassenen zijn in hetzelfde bedje ziek, dus wat maakt het uit? Bij thuiskomst maken we even een Hello Fresh, kijken wat Netflix of zitten op onze sociale media en gaan slapen om alles nog eens opnieuw te doen. Want dat is het leven, nietwaar?  

Adapt(er) or die

Wat wil men dan bereiken met een schooldag van tien uur? Achter dit zogezegd progressieve idee schuilt een zeer banale wens, namelijk dat het goed uitkomt voor de werkende mens. Het is niet meer dan dat. Geld. Altijd geld. En tijd natuurlijk. Maar tijd is gelijk aan geld. Of was het andersom? 

Je baas vroeg vorig jaar om zeker een half uur voordat je achter je pc kruipt te arriveren, omdat het toch belangrijk is om te ‘landen’ voor je begint, zoals de klanten in IKEA aankomen in de landingszone, waar je enkele momenten rust wordt gegund alvorens de jacht op goederen en de haat jegens je medemens die te traag voortbeweegt zijn aanvang neemt. Je had er mee ingestemd, dan kon je even de stand van zaken opnemen tijdens een ochtendkoffie. Daarom had je genoegen genomen je kleine pagadder vanaf half acht in de voorbewaking achter te laten. Na een dag of twee werd dat zeven uur ’s morgens, want je wil die file toch voor zijn. Je kind moet dus anderhalf uur wachten in een vaak onpersoonlijke omgeving, waar het wat verloren loopt tussen andere lotgenootjes. Ook daar is kwaliteit zoek. En ze belanden er opnieuw wanneer het laatste belsignaal over het stenen speelplein schalt, want dan zit jij nog in vergadering, achter je vervloekte scherm of aan de telefoon. Nog eens anderhalf uur niksen en weg van het gezin. En jij moet wéér die file door, hopend dat het niet nog later wordt dan voorzien.  

Wij zijn wel geëmancipeerd, meneer!

Men zou ook de kaart van de emancipatie van de vrouw kunnen trekken. Nog zo’n oubollig gedachtegoed. Dat de vrouw na al die eeuwen de kansen krijgt te gaan werken hoeft niet te betekenen dat de man dat ook moet doen. Het is geen man-vrouwverhaal. Het is een mensverhaal. Waarom laten wij op onze kop kakken en moeten wij met twee voltijds werken? Omdat we anders niet rondkomen. Omdat een welgesteld gezin niet kan voldoen aan de eisen van de waan van de welvaart. Twee auto’s, twee vliegtuigreizen per jaar waarvan één naar Bali of Thailand – om zich met de échte cultuur in te laten tussen de lokale bevolking – en één naar een skioord. En vooral om er daarna op een IPhone van om en bij de 1000 euro over te tweeten, instagrammen en facebooken. Als we het utopische idee van een 30-urenweek niet krijgen, kunnen we dan tenminste een verdeling maken?

Begin alvast met het vaderschapsverlof gelijk te trekken met het moederschapsverlof. NV-A heeft dit recent van de baan geveegd, we gaan er dus nog maar eens lang op mogen wachten.  

En zij?

En wat vinden de kinderen hier eigenlijk van? Die worden vooralsnog over het hoofd gezien. We denken alleen aan onszelf. Wij moeten ons werk kunnen doen, wij moeten kunnen meedraaien. Karrewiet liet enkele Gentse kinderen aan het woord en zij komen met intelligentere antwoorden dan volwassenen. Zo zegt een jongen terecht dat hij geen hockey kan spelen omdat de school geen hockeyveld heeft. En een andere jongen wil voetballen, nog iemand basketballen, en allemaal willen ze een bezielde coach. Eat that. Een meisje stipt het sociale aspect aan van een buitenschoolse hobby: je ontmoet er eens andere kinderen in plaats van altijd in diezelfde sfeer te blijven.  

#goebezig

Het is gemakkelijk om hierop kritiek te geven als je werk binnen een straal van zeven kilometer van je woning ligt en je er met de fiets op amper twintig minuten bent, dat besef ik wel. Ik wil vooral onze huidige maatschappijvisie even onder de loep nemen. Waar zijn wij in godsnaam mee bezig? Wat is dat verdomme voor een onzin? Niet alleen óns hele systeem is rot, nu moeten ook onze kinderen er aan geloven. Ze krijgen al zo weinig vrijheid, laten we nu die schooldag niet nog langer duren. Als we dit goedkeuren, verworden onze kinderen tot producten van deze alles opeisende economie. Slaven van de monetaire maatschappij. Ze zouden vijftig uur op school ronddolen, dat is in de week voor de meeste kinderen het dubbele van de uren die ze thuis zijn. Vervreemding, iemand?

Dit laatste staat trouwens haaks op de nieuwe wetgeving over de leerplicht die ik hierboven al aanhaalde. Men wil hiermee, zonder het écht te durven benoemen, de anderstaligen verplichten om meer bezig te zijn met de schoolloopbaan van hun kind in de hoop ook hun eigen inburgering te bevorderen. Door kinderen nog vroeger naar school te sturen, loop je alleen maar het risico dat de anderstalige ouder nog minder geneigd is hieraan deel te nemen. De druk op de ketel wordt groter. Het is niet de kwantiteit die telt, het is de kwaliteit.

Ik zal niet ontkennen dat ik voorbeelden heb gezien van ouders die totaal niet geïnteresseerd zijn in de school van hun kroost, maar gaan we blijven veralgemenen? De meeste anderstaligen doen hun uiterste best om te beantwoorden aan de soms onbereikbare eisen die wij Vlamingen aan hen stellen. Kijk eens even in de spiegel. Wij volgen allemaal minstens zes jaar Frans en velen onder ons komen niet verder dan “Oui, non, s’il vous plaît” en grijpen vervolgens naar het Engels. Zelf maak ik me er ook schuldig aan, en ik verfoei mezelf maar het is helaas la vérité nue. Ik ga vaak in het Engels verder wanneer het Frans me in de steek laat bij een iets complexer gesprek met een Waalse of Brusselse vriend(in). 

Wat me het meeste zorgen baart, is het feit dat in het artikel van 2014 nog flegmatisch gereageerd wordt op het voorstel. Men doet het af als een ‘langetermijnvisie’ of ‘utopisch’, terwijl het anno 2020 door Ben Weyts als ‘een interessant idee’ naar voren wordt geschoven. Wat verder moet ik echter weer glimlachen, omdat de oeverloze complexiteit en de absurde Belgische bureaucratie weer komt bovendrijven als het gaat om de implementering van dit hele plan. Er is een kruisbestuiving nodig van verschillende bevoegdheden. Benieuwd hoeveel ministers zich in bochten moeten wringen.  

Door Lennart

Lennart schrijft, componeert, lacht, huilt, observeert, denkt na en creëert.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *