Zij dwong me op te staan, mijn schoenen en m’n regenjas aan te trekken en minstens een half uur te gaan wandelen. Ik zou niet binnen mogen mocht ik toch na een kwartier al forfait geven, zo standvastig is ze wel. Gelukkig maar, want het kleine schapenvelletje waarop ik in het midden van een speelsessie met de kinderen mijn volle hoofd had neergelegd – de rest van mijn lichaam lag op de houten vloer – voelde hetzelfde aan als een kingsize matras met gepluimte van de zachtste ganzenveren. 

Ik heb geen fut of zin om te gaan wandelen, laat staan in de regen. Toch doe ik wat ze van me vraagt, ik weet immers ook dat er iets moet veranderen. Met veel moeite sleep ik mijn eigen lichaam mee naar de gang, sukkel mijn jas aan en vergeet nog bijna de sleutel. Ik trek de deur achter me dicht en zet m’n kap op. Het regent niet echt, het miezert. Wel mooi, denk ik bij mezelf, terwijl ik de ontelbare kleine streepjes aanschouw die zich niet kunnen verstoppen voor de straatlantaarns.  

Mensen gebruiken de nummers van de ronde punten in hun dagelijkse buurtbabbels. Wij wonen pal tussen rond punt 2 en 3.
Valavond. Ik weet dat het donker zal zijn wanneer ik terugkeer, ook al ben ik niet lang weg. Ik passeer de 2. Een jonge vrouw blaast zodanig veel rook uit haar vaper dat ik me even in een negentiende-eeuwse industriële fabriek waan of in een stoomtrein. Het ruikt zo enorm naar kersen dat de geur de talloze hondendrollen die doorgaans op en naast de stoeprand liggen gemakkelijk camoufleert.

Ik mis de avondlijke wandelingen met mijn vrouw, toen we nog geen kinderen hadden. Toen wandelden we elke avond samen om alle prikkels van de dag te verwerken. Alle mensen, alle kleuren, alle geluiden, alle drukte, de dingen die mensen me hebben gevraagd, de dingen die ik wilde doen maar niet heb gedaan. Alles wat ik heb gezegd, gedacht en gedroomd. Alle knopjes die ik vandaag heb ingedrukt. Wat zijn dat er veel. Knopjes bij de bankautomaat, knopjes in de tram, knopjes aan het verkeerslicht en knopjes op de koffiemachine. Knopjes op het kopieertoestel, knopjes op de drankautomaat. Het voelt alsof al die knopjes nog niet zijn afgezet in mijn hoofd. Tijdens deze wandeling zet ik ze af, één voor één.  

Ondertussen ben ik aangekomen bij de 4 en steek ik over. Een vrouw op leeftijd die het moeilijk heeft met haar treuzelende viervoeter. Ook verderop, nabij de ingang van het park kom ik enkele wandelaars tegen die commentaar hebben op de onwelwillendheid van hun hond om snel huiswaarts te keren. Had ik maar zo’n hond.

Het regent nu iets harder maar dat kan me niet echt deren, als je het begin van de regen hebt meegemaakt, valt het allemaal beter mee. Ik verzet mijn voeten en mijn gedachten. Bij mijn lotgenoten in het park herken ik maar één ding: de drang om zo snel mogelijk weer in hun zetel te zitten.

Een man in een jaren 90-jasje, zo eentje dat je er laat uitzien als een Michelinmannetje, stapt op me toe en houdt halt vlak voor het bordje waarop in grote letters ‘INGANG PARK’ staat geschreven. Hij wil weten of ik hem misschien de weg kan uitleggen naar de ingang van het park. Ik haal mijn schouders op en zeg dat ik er ook al uren naar op zoek ben. Hij bedankt me en loopt helemaal de foute kant uit. ‘Graag gedaan’, roep ik hem nog na.  


Ontdek meer van Lennart Vanstaen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wat denk jij? Of ken je een goeie mop? Reageer!