Categorieën
creatief schrijven onderwijs opinie

Van ghostbuster tot chin diaper: coronaklassen

Als leerkracht NT2 (Nederlands als tweede taal) geef ik les aan volwassenen. Ze komen hier in België als anderstaligen om zich het Nederlands eigen te maken en vaak proberen ze ook aan een job te geraken of de opleiding van hun dromen te volgen. Momenteel heb ik twee klassen 2.2 (dat is een gemiddeld niveau Nederlands) overgenomen van een collega. Eén klas ‘s morgens en eentje ‘s avonds. Het is fascinerend om toeschouwer te zijn van de corona-aanpak in de klas. De verschillen kunnen niet groter zijn, sommige lontjes niet korter.

Het is een ware verademing, weer voor de klas staan na die fameuze lockdown. Ik had nooit durven denken dat het werkelijk zo broodnodig is om fysiek les te geven. En ik zeg dit als een voorvechter van het digitale onderwijs. Het werd me al snel duidelijk dat het niet eenvoudig was om honderd procent in afstand de lessen te organiseren en vooral boeiend te houden.

Voor iemand die over enige expertise beschikt op dat vlak – ik geef zelfs af en toe workshops aan leerkrachten over e-leren en digitale hulpmiddelen voor de digibeet (als dat wat te gevoelig ligt, maak ik er graag digileek van) – moest ik tijdens die donkere dagen vaak denken aan mijn collega’s die vaak verre van virtuoos zijn met deze tools. Ik kreeg dan in het begin ook wel dagelijks een vraag of een hulpkreet in mijn mailbox, die ik met de beste wil heb beantwoord. Hoewel de cijfers momenteel de pan uit swingen, lijkt dat solitaire scenario vooralsnog voorgoed van de tafel geveegd. Laten we hopen dat men het niet weer opraapt.

Ochtendstond heeft een doekje voor de mond

Zo bestaat mijn ochtendklas uit een tiental bezorgde, bewuste en gedreven cursisten. Bijna allen vrouwelijk, zonder dat ik daarmee iets wil insinueren natuurlijk. M. komt als eerste binnen om 8u50, volgens onze trotse Belgische traditie stipt te vroeg. In plaats van plaats te nemen en als vanouds haar smartphone ter hand te nemen om hersenloos te scrollen voordat er genoeg cursisten in de klas zitten – wat mij zou aanzetten tot het aanvangen met de les – neemt ze de tijd om, behalve mij een plechtige goedemorgen te wensen, haar handen te ontsmetten door één keer trefzeker maar ook zuinig op het pompje van de flacon te drukken. Vervolgens neemt zij twee papieren doekjes en de verstuiver met de alcoholoplossing, waarmee ze de tafels in de klas begint proper te wrijven. Ondertussen zijn P. en R. gearriveerd en doen hetzelfde met de stoelen. Wanneer G. arriveert wordt ook het venster keurig op een kier gezet, waarbij een kartonnen doos met het gewicht van printpapier het toeslaan ervan belemmert. Hier is een team van ghostbusters aan het werk, van een of andere verdelgfirma, die mij bijna doet overwegen om mijn mondmasker de vuilnisbak in te werpen. Ik voel me even hygiënisch als in de tandartsstoel of de operatiekamer van het UZA.

Het laatste uur zal slagen

Na de springuren ‘s middags, die ik doorgaans spendeer aan correctiewerk, koffiedrinken en kopiëren, vangt het uur aan waarop ik mijn avondlijke cursisten mag begroeten. Een publiek van een heel ander allooi, lijkt het, want de meesten van hen zijn zich van geen kwaad bewust. De mondmaskers nemen allerlei creatieve vormen aan, van een miniformaat dat amper de mond bedekt tot zelfs een exemplaar in onzichtbare stof.

Net als bij het dragen van een pet zijn de draagopties legio. Zo draagt men het mondmasker veelal onder de kin (een door South Park zogenaamde chin diaper), een rebelse doch niet echt modieuze keuze. De tweede meest gekozen plaats is vlak onder de neus. Een stijl die ook bij de inheemse bevolking aan populariteit lijkt te winnen wanneer ik zondag bij de bakker aanschuif. Ach ja. Ze hebben tenminste iets op hun gezicht gezet, denk ik bij mezelf. Wanneer ik hen er vriendelijk op aanspreek dat ook hun reukorgaan zich onder het masker dient te bevinden, daar een onverwachte niesbui ons tot vervelende zoomsessies zouden nopen, gehoorzamen ze zonder al te veel gemor. Totdat Y. binnenkomt. Naakt. Oké, hij heeft zich wel gekleed voor de gelegenheid, maar zijn aangezicht is volledig onbedekt, zelfs geen kinluier. Vol ongeloof blijven mijn ogen hem volgen tot bij zijn zitplaats, die schijnbaar tussen twee onverschillige Oostblokkers ligt.

Je moet weten dat dit de eerste les is die ik geef in deze klas en dat de vorige leerkracht het niet zo nauw nam met de coronamaatregels. Althans, dat leid ik af uit hun gedrag. Deze heer komt een half uur te laat en heeft de nieuwe afspraak dus nog niet gehoord. Ik wacht tot hij zelf tot een vaststelling komt. Hij kijkt rustig op zijn telefoon en zelfs mijn stilte lijkt hem niets te vertellen. Dan kijkt hij op. In zijn ogen lees ik zijn brein dat hem ingeeft dat er iets niet klopt. Normaal wordt er duchtig gesproken en geschreven maar nu is iedereen hem aan het aanstaren. Pourquoi?

Om hem niet te viseren richt ik me tot de klas met een algemene aankondiging over het belang van het correct dragen van mondmaskers. Nog steeds geen reactie. R. kan het niet meer aanzien en signaleert in taaltranscendente bewegingen dat haar overbuurman een kapje voor z’n mond moet dragen. En dan eindelijk begint het hem te dagen. Terwijl hij rond zich kijkt, valt het gebrek aan chin diapers hem op. Oei, zie ik hem denken, deze leerkracht voert duidelijker een strenger bewind, althans wat het dragen van beschermende kledij betreft.

Snel hangt hij een mondmasker onder zijn neus. Veiligheid boven alles.

Door Lennart

Lennart schrijft, componeert, lacht, huilt, observeert, denkt na en creëert.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *