Categorieën
creatief schrijven gedachtenstroom

Slikken of snuiven?

Zoals altijd nam ik na de les mijn trouwe tweewieler uit het fietsenrek, ging op de pedalen staan en draaide het ringfietspad op. Het was te warm om met een jas te fietsen en te koud om zonder jas te fietsen. Ik verkies een jas of vest, zodat ik objecten die anders in de weg zitten – met name sleutelbossen, oortjes, muntjes en een zonnebril – tenminste in mijn jaszak kwijt kan. Nietsvermoedend reed ik verder, een deuntje fluitend dat ongeveer in dezelfde toonaard lag van het nummer dat Lana Del Rey in mijn gehoorgang fluisterde met haar zwoele stem.

Ik was er niet op voorbereid, al had ik niet ten volle beseft dat ik de voortekenen in de wind had geslagen. Ik vond het al raar dat een man in het midden van het fietspad halt hield om wat in zijn oog te peuteren. Dat kan je tijdens het rijden toch ook? Wellicht had zijn lief het net uitgemaakt. Niet veel verderop had mijn frank toch moeten vallen, toen ik twee vrouwen langs de kant zag hoesten met de handen om hun hals, als bezetenen. Nee, het was pas vlak na het derde slachtoffer dat mij hetzelfde noodlot wachtte. Dat de man zo zwabberde op zijn zadel verbond ik redelijk snel met het feit dat hij dronken was en tot in de vroege uurtjes in een Berchems café had getoogd. Bij deze mijn excuses, beste man, dat ik u zo verdenk van zedeloze feiten.

Er vloog er eerst eentje in mijn linkeroog, maar met wat vingerwerk heb je ‘m er zo weer uit. Dat gebeurt wel eens. De kans dat er op hetzelfde moment óók eentje in je ander oog terechtkomt is immers bijzonder klein. Toch is dat wat er gebeurde. Ik moest dus noodgedwongen even mijn stuur loslaten, maar nummer één had ik er gelukkig snel uitgepeuterd. Ware het niet dat er toen niet één maar een vijftal mijn mond niet hadden gezien. Of was het kwaad opzet? Kuchend en mijn rechteroog omwoelend probeerde ik verder te fietsen.

Ik reed onder de brug en kreeg door het hoesten ook nog flink wat fijn stof binnen, maar zette toch door. Langs weerskanten zag ik mensen stilstaan. De afgevallenen hoestten het uit en anderen braken, echter, ik hield stand. Toen ik middels een mengeling van spugen, rochelen en Mongoolse keelzang (blij dat ik die online cursus had gevolgd zeg) erin geslaagd was de toegang tot mijn keel te blokkeren, werd ik een prikkelend gevoel waar in mijn neus. Er waren er ook daar enkele in gevlogen als lepe miniterroristen. Ik snoot en snotterde erop los maar moest daarom mijn mond weer openen om te kunnen ademen. U raadt het: een volgende lading diende zich aan.

Af en toe kom je oog in oog te staan met belangrijke keuzes die je moet maken in het leven. Slikken of snuiven? Beide onaangenaam, maar niet ademen is geen optie. Als jij, zoals ik, geen fan bent van die verduivelde coronatesten, zou ik je het volgende kunnen adviseren: adem niet heel hard in door je neus wanneer je je mond dichthoudt om die vervelende vliegen eruit weg te houden tijdens een snelle afdaling met je fiets.

man riding a bicycle

Door Lennart

Lennart schrijft, componeert, lacht, huilt, observeert, denkt na en creëert.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *