Categorieën
creatief schrijven gedachtenstroom kinderen uitstap wandelen

Papa, ik wil nooit meer zo’n spel. Nooit.

We hadden de knoop doorgehakt: ik zou met mijn zoon een weekend naar Parijs gaan om zijn zesjarige bestaan te vieren. Nu nog een feestje organiseren dat hij niet snel zou vergeten. We deelden het lentefeest op in twee dagen, vooral door toedoen van tante Corona: een dag met familie en een feestje met vriendjes. Dat feest met vriendjes mocht dus niet zomaar een feestje worden. Over een vuur springen of al dan niet geblinddoekt nieuwe smaken proeven zou geheid uitdraaien op een fiasco, dus ging ik op zoek naar iets minder eng maar wel avontuurlijk. Ik zocht en vond een zoektocht.

De voorbereiding

Mijn zoon is een licht neurotische introvert, met een goed idee over wat hij wil doen in dit leven en van welke gevaren hij absoluut wil wegblijven (dat zijn er vooralsnog veel, we werken eraan). Iets met de appel en de boom, zeg maar. Het grote nadeel is dat ik bij momenten mijn eigen spiegelbeeld aan diggelen wil slaan omdat ik oog in oog kom te staan met mijn eigen tekortkomingen en angsten, edoch, er is ook een voordeel. Ik hoef mezelf niet te verplaatsen in zijn gedachten zoals bij mijn dochtertje, ik denk gewoon na over wat ik zelf zou willen voor mijn zesde verjaardag. Zodus kwam ik al vrij snel uit bij iets wat ons bindt: we zijn beiden homines ludentes. Het leven is voor ons één groot spel.

Een zoektocht zou ik maken, een schattenjacht. Bijster origineel klinkt dat niet, maar ik kan je verzekeren dat ik alles zélf heb bedacht en gemaakt – kwestie van mij niet meteen af te schilderen als een inspiratieloze internetgek die in Google ‘schattenzoektocht-voor-zesjarigkind-lentefeest-prefab-printklaar’ als zoekopdracht ingeeft. De snoepzakjes die mijn zoon al twee dagen op voorhand (hij wilde eigenlijk twee weken op voorhand) uiterst nauwkeurig had samengesteld (twee kikkertjes, één lolly, drie colaatjes, drie dragees en één echt Gents neuzeke) en waarop ik in ‘letters met veel krulletjes’ de namen van de kinderen moest schrijven, konden als schat dienen.

In de kelder vind ik een doos en ik schik de zakjes erin. De doos pak ik in met kleurrijk crêpe papier om het wat esthetischer te maken – een doos van Decathlon zou immers een verkeerde indruk kunnen geven. Daarrond bind ik een gouden rekker met een Keltische knoop erop, afkomstig van een vergeten housewarminggeschenk in de vorm van een Rituals cadeaubox, een immer veilige optie als cadeau overigens. Dan begin ik aan een plan voor de tocht zelf. Op een notitieblokje schrijf ik het woord ‘belangrijk’ en trek er een streep onder. Goed begin. In de kantlijn daaronder komen drie puntjes.

  • duur: ideaal 60-80 minuten (het mag zeker niet te lang zijn want daarna wilden we nog taart eten bij ons thuis)
  • de moeilijkheidsgraad: hier moet ik rekening houden met het verschil in leeftijd, er zouden kindjes van 3 jaar bij zijn en ook van 8.
  • variatie: een goede balans tussen een cerebrale en fysieke uitdaging.

De dag van de zoektocht

Ik overhandig mijn jarig ventje een kaart waarop ik zeven rechthoeken heb uitgespaard. Dat alleen zou al genoeg zijn geweest voor hem: hij is verzot op plannen en mooie structuren. Op de kaart moeten fotootjes komen van de verschillende locaties die ze gaan ontdekken. De eerste foto heb ik er al op gekleefd: onze brievenbus. De kinderen lopen als dolle honden richting onze voortuin en beginnen reeds de metalen box te molesteren, tot ik ingrijp met de boodschap dat er een sleuteltje op het ding past. Ik doe de bus open en erin zit een eerste enveloppe die een raadsel bevat:
Waar gaan sommige mensen naartoe om te bidden op zondag? (extra tip: het rijmt op ‘werk’). Met wat hulp van de aanwezige volwassenen en na antwoorden als ‘merk’ en ‘sterk’ hebben ze door dat het om een gebouw gaat.

Locatie 2: de kerk

We steken de straat over naar de Sint-Rumolduskerk en de kinderen lopen de brede trappen op en sommigen willen al de kerk in lopen, maar ik kan hen nog net stoppen voordat de pastoor een hartaanval krijgt. ‘Jongens, het is hier buiten aan de kerk dat jullie moeten zoeken.’ Plots vindt een gelukkige een tweede enveloppe, die op een progressieve manier wordt geopend door verschillende handjes. Daarin treffen ze twee reepjes papier aan met een aantal gegroepeerde letters. Eerst moeten ze zoeken welk symbool langs beide kanten op de muur staat van de kerk – een plusteken. Dan leggen ze de twee papieren reepjes in een plus over elkaar totdat er na enkele mogelijkheden een woord te lezen valt. Het is de jarige zelf die het gilt: ‘BAKKERIJ!’

Locatie 3: de bakkerij

Richting bakkerij dus. De laatste stop waar ik ook kan bij zijn, want het schattenspoor na de bakkerij is wel uitgestippeld, maar nog niet fysiek klaargelegd. Bij de bakker om de hoek had ik de dag ervoor twee taarten besteld voor het feest en ook om een gunst gevraagd: of ze een enveloppe wilde afgeven wanneer de kinderen het juiste antwoord konden geven op een door haar gestelde vraag. De vraag die ik had opgesteld luidde:
Welke boom staat er helemaal alleen op het pleintje?
Wanneer de kinderen zich naar het desbetreffende pleintje haasten om naar de kastanje te gaan kijken, moet ik ervoor zorgen dat er op de volgende plaats – een bankje in het park, een geheimzinnige doos klaarligt. Daarin zit een verknipte foto die de volgende locatie prijsgeeft, alsook een boek met alle vlaggen van de wereld. Ik wandel dus in versnelde tred naar het park en kijk regelmatig achter me om te zien hoever de groep al is.

Locatie 4: het bankje

Redelijk uitgeput kom ik bij het bankje aan. Niet omdat ik moe ben, het is amper een halve kilometer ver, wel van adrenaline. Ik check zeven keer mijn checklist en doorloop elke stap in mijn hoofd om geen fouten te maken. Door het prachtige weer loopt er veel volk in het park. Ik leg de doos op de bank en wacht op een afstand. Het blijkt los van het zoekspel een sociaal experiment. De meeste passanten kijken ernaar met een blik van verwondering of zelfs gulzigheid. Na drie wandelaars is het al prijs. Een heer met een rode bomberjack begeeft zich naar de doos en ik moet even tussenkomen. ‘Ja, dat is voor een spel, laat maar liggen. Dank u.’ Hij legt de doos terug op de bank maar kan zijn ontgoocheling niet verbergen. Twee wandelaars later herhaalt zich het scenario. Deze keer een oudere vrouw met een echte Indiana-Joneshoed en zij blijkt gretiger dan haar voorganger. Nog voordat ik iets kan zeggen, neemt ze vrank de doos beet terwijl ze rond zich kijkt. Ze heeft wel iets van de avonturier, bedenk ik, met die hoed en die onversaagde blik. Misschien verwacht ze dat er een verborgen deur in de eik achter het bankje opengaat en er een schurk uitstapt om haar de doos afhandig te maken. Helaas voor haar gebeurt dat niet, maar de rode bomberjack weet de vrouw wel te zeggen dat het voor een spel is en wijst in mijn richting. Ik zwaai eens naar Diana Jones en ze maakt een verontschuldigend handgebaar.

Het duurt een eeuwigheid en ik verbaas me over mijn hartslag. Ben ik nu werkelijk zo opgewonden? Het is maar een spel voor kinderen. Het voelt groots. Ik speel zelf mee. Het avontuur is ook voor mij om te beleven. Ik moet de groep steeds voorblijven, maar wel in het oog houden. Ik mag geen fouten maken en alles in goede banen leiden. Ik moet avonturiers en bomberjacks beletten met de buit te gaan lopen.

Locatie 5: de heuvel

Eindelijk zie ik de groep, ze steken de straat over naar het park. Ik check nog een laatste keer of de kust veilig is en maak me uit de voeten naar de volgende plek: een bekende heuvel in het park waar de kinderen graag met hun fiets of step af rijden. Aan de achterkant van een infobord plak ik met een stuk duct tape enveloppe nummer 4. Een beetje verder, bij de glascontainers, verstop ik een glazen potje met daarin een opgerold papiertje in losse koffie (omdat ik geen piratenzand in huis had). Dan vat ik post op de hoek van het zandpad, zodat ik zicht heb op de kinderen en hun derde opdracht: de puzzelstukjes reconstrueren tot een geliefde heuvel. Ik had een puzzel met twaalf stukken gemaakt en voor de kleintjes eentje van zes stukken. Het duurt vrij lang – zelfs met de hulp van de ouders. Ik besef dat de tijd traag aan mij passeert omdat ik geen deel uitmaak van de groep zelf.

Locatie 6 – het basketveld

Wanneer de eerste kinderen van de berg lopen en de code hebben gekraakt van het geheime schrift – zoek aan de basketpaal – baan ik mijn weg tussen de joggers naar de finale bestemming: het beeld van Atlas. Ik verstop de laatste enveloppe (nummer 7) in een nis in het beeld en zet me op een strategische plaats. De kinderen moeten de aan de basketpaal bevestigde enveloppe openen en een rebus oplossen. Dat lukt vrij snel. De cryptische boodschap de man die de wereld in zijn nek draagt is schijnbaar geen uitdaging voor de reeds cultureel ontwikkelde kinderen. Mijn zoon is heel verrast en blij mij eindelijk te zien, en loopt zich te pletter naar het beeld, in een ijdele poging de grotere kinderen met langere benen bij te houden. ‘Wachten hé!’ Gelukkig beseft iedereen dat het wel degelijk zíjn verjaardag is en wachten ze aan het beeld.

Locatie 7: het standbeeld van Atlas

Aan het beeld geef ik nog wat leuke weetjes mee over de mythe van Atlas en het beeld zelf. De kinderen vinden het indrukwekkend dat het al bijna 300 jaar in het park staat. Dan is het tijd voor het laatste raadsel. Het is er eentje met vlaggen en ze hebben een vlaggenboek nodig. Aha! Er wordt naarstig naar een oplossing gezocht en het gaat zo vlot dat ze het boek meestal niet nodig hebben – Paninistickers verzamelen van voetbalhelden werpt andermaal zijn vruchten af: de vlaggenkennis is onberispelijk. Na een poos staat er een boodschap die niet echt op veel enthousiasme wordt onthaald: De schat ligt in jouw kastje.

Weer naar huis…

Huiswaarts dus. De schat ligt in de woonkamer van waaruit we allemaal zijn vertrokken. Die kwinkslag vond ik zelf geslaagd maar ik merk dat de kinderen zich toch een beetje bekocht voelen. Al had ik me erop voorbereid: ik heb ervoor gezorgd dat we met stepjes en fietsen snel weer thuis kunnen arriveren. Daar vinden de kinderen eindelijk de schat en worden de snoepzakjes uitgedeeld. De ouders krijgen een stukje taart van de bakker met het raadsel en we drinken koffie, sap, wijn en water.

Wanneer iedereen naar huis is, vraag ik nog even aan mijn zoon of hij het leuk vond. Hij lijkt een beetje boos en vraagt op een stellige manier waarom ik er niet bij was. De vraag overvalt me een beetje, maar ik begrijp hem wel. ‘Papa heeft het spel gemaakt en ik moest na de bakkerij altijd vóór jullie zijn, om alles klaar te leggen, snap je? En in het begin en op het einde was ik er toch wel bij?’ Ik zie hem even afwegen wat hij daarvan denkt. ‘Ik wou dat jij er de hele tijd bij was!’ roept hij verontwaardigd.

Mijn zoon is een rationeel wezentje, maar deze keer kan ik de logica van de situatie niet rijmen met de vragen in zijn hoofdje, omdat ze van emotionele aard zijn. Hij wilde dit met zijn papa doen, samen. En nu moest hij het met andere kinderen en ouders doen. Kinderen met langere benen, note bene. Het was oneerlijk voor hem. Mijn hart deed pijn maar ik begreep zijn boosheid. ‘Ik wil nooit meer zo’n spel, papa! Nooit meer!’
Ik beloof hem volgende keer een ander spel te verzinnen, eentje waarbij ik de hele tijd meedoe.

Het standbeeld van Atlas, dat sinds 1776 in het Rivierenhof staat

Door Lennart

Lennart schrijft, componeert, lacht, huilt, observeert, denkt na en creëert.

Één reactie op “Papa, ik wil nooit meer zo’n spel. Nooit.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *