Categorieën
creatief schrijven gedachtenstroom kinderen uitstap wandelen

Parijs, de stad van de liefde tussen vader en zoon

Ik kon nooit op voorhand weten welke impact de eerste echte trip alleen met mijn zesjarige zoon op mij zou hebben, al had ik me op iets heel speciaals voorbereid en jeukten mijn handen en hart toch wel wat voordat die dag aanbrak. De deal was dat hij een lentefeest mocht doen en een trip met papa mocht kiezen. Hij koos Parijs en ik weet tot op vandaag niet waarom, maar ik ben heel blij dat hij dat heeft gedaan. Het was magisch om helemaal alleen met mijn kind in een grote stad rond te dwalen zo ver weg van huis (hoewel dat relatief is). Hij keek vooral uit naar de Thalys, want hij is een treinfanaat. En na Parijs krijgt die term zeker betekenisuitbreiding naar tram- en treinfanaat.

We zwaaien mama en zus uit en vertrekken met – zoals het mannen betaamt – bijna niets naar de stad van kaas en wijn. Ik had op voorhand opzettelijk geen echt plan gemaakt om er zeker van te zijn dat er geen boeien waren waar mijn zoon en ik ons als vanouds aan zouden vastklampen. Dit was op zich al spannend maar ik wilde er helemaal een avontuur van maken. Mijn zoon is blij dat we met tram 10 van Deurne naar het station van Antwerpen-Centraal rijden, dus de reis kan al niet meer stuk.

Het is even wachten op het rode monster, maar met enige vertraging – en zo’n beest kan zich dat permitteren, hij arriveert stijlvol te laat – verschijnt hij dan aan spoor 22. We zoeken onze plaatsen en maken het ons gemakkelijk. De uitdrukking op zijn gezicht vergeet ik nooit: zoveel verwondering én bewondering in die ogen. We zijn nog geen centimeter vooruit of achteruit gereden en hij plakt al tegen het venstertje met open mond en een blik vol dromen.

Toen al voelde ik het. Een emotionele stomp in mijn middenrif is hoe ik het het best kan omschrijven. Omdat kikkers in kelen de lading niet helemaal dekken. De komende 36 uur was ik de enige persoon die zich over dit kleine wezentje kon ontfermen, in een van de drukste grootsteden ter wereld. Ik moest opeens terugdenken aan hoe hij op mijn borst lag toen zijn mama in de operatiezaal moest herstellen van een keizersnee. Het gevoel van innige verstrengeling is nog even aanwezig.

Dag 1

We bezoeken de Jardins de Tuileries, omdat ik er met mijn vrouw ooit ben geweest tijdens onze eerste trip naar het buitenland. ‘Hier ben ik met mama geweest, lang geleden’, geef ik hem mee. Hij houdt mijn hand vast, want dat doet hij altijd en overal. Ik moet hem altijd expliciet zeggen dat hij ze mag loslaten. Hij klaagt over het warme weer. Ik geef hem gelijk – en ik heb nog een lange broek aan ook. Verdacht warm is het en dan zijn de tuinen van Tuileries niet de beste plaats om te vertoeven. Na een ijsje van 6! euro keren we terug richting metro. Het is bakken op het prachtige Place de la Concorde. De obelisk schittert in het zonlicht.

Hij vraagt om eens ‘een andere metro’ te nemen, maar ik had een kleine wandeling gepland en wil me niet blauw betalen aan openbaar vervoer. Ik beloof hem na de Pont des Arts de metro te nemen. We wandelen langs de Seine, waar ik niet kan ontsnappen aan zijn wens om een hebbedingetje te krijgen van een van de vele standjes. Hij kiest een sneeuwbol van de Eiffeltoren. Na een vermoeiende voettocht gaan we eten in Moulin de Galette, bekend van de film Le fabuleux destin d’Amélie Poulin. Afsluiten doe ik dan ook met Amélies toetje: crème brûlée. Hij eet een vanille-ijsje.

Aangekomen in Hotel de Flore (dicht bij Montmartre) zie ik op mijn stappenteller dat we om en bij de 17.000 stappen hebben gezet, hij natuurlijk bijna het dubbele. Ik zeg hem dat ik heel trots ben dat hij het zo goed heeft gedaan. We zagen de Eiffeltoren, het Louvre, Sacré-Coeur… Stonden op de Pont des Arts en de Pont Neuf.
Terwijl ik even in de badkamer ben, hoor ik iets vallen. Ik veeg met wc-papier de scherven van de sneeuwbal bij elkaar en de tranen van zijn wangen. Ik beloof hem dat we nog wel iets zullen tegenkomen, iets dat meer waarde heeft of niet snel kapot gaat. ‘Morgen gaan we naar het museum van Rodin’, verzeker ik hem. ‘Mét de metro, ik denk zelfs twee!’ Hij lacht, geeuwt, draait zich om en valt in slaap. Hij wilde heel graag naar dat museum, ik heb er niets mee te maken, maar vind het wel goed.

Jardins de Tuileries – en een vogel die klapwiekt

Dag 2

Een ontbijt had ik niet bijgeboekt omdat je vaak veel betaalt voor weinig kwaliteit. Toen mijn zoon sliep had ik de vorige avond een geschikte ontbijtplek gezocht tussen het hotel en het museum. Blijkbaar niet zo evident. Uiteindelijk vond ik een hippe koffiebar – want daar was ik naar op zoek – met eigen brouwerij. We nemen de eerste metro van de dag tot groot genoegen van mijn zoon. We eten op z’n Italiaans: een croissant en een zoet gebakje. Bij mij hoort daar een stevige flat white bij.

Metro 13 rijdt naar het museum. Bij aankomst is er een serieuze controle op zowel covid als veiligheid. ‘Ik moet pipi doen, papa’. We lopen de trap af naar de toiletten. Plots schiet hij in een kleine paniek: ‘Papa, waar is mijn rugzak?’ Hij had zijn eigen rugzakje mee met drinkfles, een kaart van Parijs en nog wat spulletjes. Ik zeg – ook in lichte paniek – dat ik die niet heb. ‘Je hebt hem toch niet op de metro laten liggen?’ vraag ik met een toon in mijn stem waarmee ik duidelijk maak dat mijn vrees waarschijnlijk gegrond is. ‘Nee, aan de halte!’ Hij weet het zeker. Er zit niets anders op dan terug te gaan en te gaan kijken voor de zekerheid. Mijn zoon heeft een uitstekend geheugen en liegt zelden. Ik geloof hem dus als hij zegt dat de rugzak aan de halte ligt. In mijn beste Frans maak ik de vrouw van het museum duidelijk wat er aan de hand is en we lopen weer naar de halte. Die was buiten, dus ik moet geen 1,90 euro betalen om géén metro te nemen. ‘Ik zie hem!’ Ik maan hem aan maar wat te lopen. Hij rent alsof zijn leven ervan afhangt. Dat de ritssluitingen allemaal open zijn merkt hij niet meteen. Maar hij is er erg van onder de indruk wanneer ik hem erop wijs. ‘Er zijn altijd veel arme of stoute mensen in grote steden’. ‘En in Antwerpen?’ – ‘Ook in Antwerpen’. Gelukkig hadden ze er niets uitgenomen.

Museum van Rodin
De Denkers

In de tuin voor de gigantische villa/hotel van Rodin zit een schilder. Hij vraagt of hij mijn zoon mag opnemen in zijn werk. Hij is bezig de sculptuur De Burgers van Calais op zijn papier te vereeuwigen. Het kost niets en hij moet niet eens poseren. Ik vind het goed en vraag hem of ik het dan kan kopen (ik wil weten of hij geen con man is). Nee, dat is niet de bedoeling, maar als ik mijn emailadres opschrijft, mag ik het in mijn mailbox verwachten wanneer het klaar is. Met een gering geloof dat dit effectief zal gebeuren, noteer ik mijn digitaal adres op zijn papier. Ik wens hem veel succes en inspiratie. We gaan De Denker zoeken, de reden waarom mijn zoon naar hier wilde komen.
In de gift shop krijgt hij een pop-upboek van Parijs, ter vervanging van de glazen sneeuwbol. Het is nog ingepakt, dus het pop-uppen zal een verrassing zijn voor hem.

Musée-Rodin0803.jpg wordt weergegeven
(Wij staan links)

Naar huis

Na het museum is het al weer tijd om enkele metro’s naar Gare du Nord te nemen. Terwijl ik dat kleine ventje dat toch al zo groot is zie slapen op de trein, krijg ik weer een mokerslag van de nostalgiehamer. Het besef dat dit een herinnering in de maak is, maakt zich van mij meester. Ken je het gevoel dat je op het moment zelf eigenlijk zo bezig bent met je reis dat je geen tijd hebt om iets te voelen? Dat je pas na de reis, wanneer je thuis even een contemplatief momentje hebt gevonden op de wc of achter je bureau, beseft wat voor heerlijke reis dat was. En dat je in al je liefde voor het verleden je vrouw meetrekt in je zeemzoeterigheid, terwijl je haar enkele foto’s toont van die ene trip. ‘Weet je nog?’ En dat ze antwoordt dat je tijdens die trip vooral over het weer hebt gezaagd. Ken je dat gevoel?

Wel, dat had ik deze keer niet. Dit was anders. Ik had het gevoel al tijdens de beleving zélf. Alles zegt mij dat ik bijna zal breken van emotie wanneer ik besef dat deze momenten samen met mijn zoon voor eeuwig enkel in mijn herinneringen zullen voortleven.

Wil je Pierre Brody volgen? Dat kan hieronder. Klik op het icoontje.

Door Lennart

Lennart schrijft, componeert, lacht, huilt, observeert, denkt na en creëert.

Één reactie op “Parijs, de stad van de liefde tussen vader en zoon”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *